|
Geschiedenis van
Zweden, historie Värmland.
 
Geschiedenis, foto’s uit de
historie van Värmland Zweden. Informatie, klederdracht en
de Zweedse taal.

Geschiedenis van
Zweden, historie Värmland

In 1567 kreeg Värmland zijn
provincie wapen, de adelaar (links). De achtergrond was zilver, daarna goud
maar in 1936 ging men toch weer over op de zilverkleurige achtergrond. De
hoofdstad van Vàrmland is Karlstad, in 1584 gaf hertog Karl, jongste zoon
van Gustav Vasa, de stad haar naam. De oorspronkelijke naam was
“Tingvalla”, de stad kreeg in 1584 stadsrechten van Hertog Carl de IX. Als
dank hiervoor veranderde men “Tingvalla” in Karlstad. Karlstad is 4 maal door brand geteisterd geweest. De laatste grote brand vond
plaats in 1865.Bijna alle gebouwen zijn verloren gegaan, Karlstad werd
opnieuw opgebouwd met brede straten en een prachtig stadspark. Economisch was en is Karlstad belangrijk als tussenstation voor de transport van Noorwegen naar
Stockholm. Er zijn
belangrijke industrieën van ijzer, timmerhout en papier. Vanaf 1991 wordt
al het hout met de vrachtauto vervoerd. Tegenwoordig is Karlstad een moderne studentenstad met een prachtige
universiteit (1977) musea, restaurants, leuke winkels en
terrasjes.
In de zeventiende eeuw maakte
Finland deel uit van Zweden. De Zweedse koning Karel IX stimuleerde de
vestiging van Finnen in Zweden. Zij vestigden zich met name in de provincie
Värmland. Hier was voldoende ijzer en erts en natuurlijk bomen zodat er onderdak gemaakt kon worden. Er werden stukken bos in
brand gestoken om ruimte voor onderdak te maken, van de as ontstond een
vruchtbare grond. Deze manier van landbewerken werd in het oude Fins
“Takan” genoemd deze namen zijn nog steeds bekend in Värmland: Mosstakan,
Allstakan, Ristakan en Trotakan. Voor die tijd was Vàrmland praktisch
onbewoond en bestond alleen uit bossen en meren. Binnen een eeuw ontstonden
er veel kleine dorpjes, en de basis was gelegd voor hout- en de ijzer
industrie van vandaag. De Finnen, Zweden en andere nationaliteiten mengden
zich. In Noorwegen zijn de nakomelingen van die immigranten, de zogenoemde
Bosfinnen (skogfinner), een erkende nationale minderheid. Door
technische verbeteringen van transport werd Zweden in staat gesteld om de
natuurlijke bronnen in verschillende delen van het land goed te gebruiken,
voornamelijk hout uit de uitgestrekte bossen en ijzererts. Dit vormde de
basis voor het Zweden van nu. In de 18e eeuw kende Zweden zijn Gouden Eeuw.
In die tijd was Zweden twee keer zo groot als nu, en omvatte naast Finland
ook grote delen van de Baltische staten en delen van het Heilige Roomse
Rijk der Duitse Naties. Foto rechts:
arbeiders-gezin uit begin 1900.

Werkzaamheden in
Karlstad ±1900
De Zweedse taal
Het Zweeds (svenska)
is een Noord-Germaanse of Scandinavische taal, het is de meestgesproken
taal in Zweden. Het Zweeds is nauw
verwant aan het Deens en het Noors. Sommige woorden zijn wel anders,
maar grammaticaal komen de talen overeen, de spelling is wel verschillend.
Alle woorden van het Zweeds bestaan bijna helemaal uit Germaanse woorden.
Er zijn wat woorden uit vooral het Latijn, Frans en Duits. Kenmerkend
voor de uitspraak van het Zweeds is de melodie.
Het wordt in een
verschillende tonen uitgesproken waardoor het als een melodie klinkt.
Meestal vindt men het geen moeilijke taal.
Klederdracht
gedragen door het volk
Foto links: traditionele volkskleding omstreeks 1800.
In Zweden bestaan meer dan 400
verschillende klederdrachten. Dit ging vaak over als erfstukken, ze waren
soms meer waard dan vaste eigendommen. De kleding was een vorm van
communicatie bijv. (getrouwd, rijkdom) en was heel belangrijk bij bijv. een
kerkbezoek, je moest goed opletten wat je aantrok. Elke provincie had zijn
eigen kleding en voor elke gelegenheid was er een andere kleur. Je kon
alles afleiden uit de kleding en het haar, getrouwde vrouwen moesten het
haar altijd bedekken met een doek of muts,
ook moesten ze het haar opbinden tot een knotje. Het haar van een vrouw
werd gezien als een erotische onderdeel. Ongetrouwden meisjes vlochten het
haar of deden er een band in, dit alles was normaal tot 1900. Een rok mocht
absoluut niet korter dan 20 cm. van de grond zijn. Een rode band in de
schouder gaf aan dat de persoon belangrijk was of eigenaar van een groot
stuk grond. Knopen kwamen na 1800, voor die tijd gebruikte ze metalen
ringetjes of haakjes. De kleding werd van katoen, leer, linnen en wol
gemaakt en soms versierd met bont. Altijd volgens een vast patroon en in
vastgestelde kleuren, het vervaardigen was tijdrovend. Sieraden waren luxe, ze gaven ze de
rijkdom van de draag(st)er aan. Een
buidel `Västerfärnebo` werd aan een riem onder de kleding gedragen, later
kwam de ingenaaide rokzak gevolgd door de losse tas. Als een vader
een kind kwam aangeven en hij had de schacht van de laarzen omhoog dan was
het een jongen, was de schacht naar beneden dan was het een meisje. Vanaf
1870 werd de klederdracht voor de man afgeschaft, vrouwen (vooral de
ouderen) bleven dit nog dragen tot ongeveer 1920. Rechts: Gezellig plaatje uit ±190

Industrie en
transport 

all rights reserved webross
2005/2010
|